Pero un perro es un perro*

Honden zijn heel erg belangrijk in Spanje.

Net als autorijden neemt men hier ook de hond bijzonder serieus. En terecht, want de uitdrukking “a dog is a man’s best friend” – of zoals men hier placht te zeggen: “el perro es el mejor amigo del hombre” – is ook op de Canarische eilanden een waarheid als een koe.

Eigenlijk zou dit betekenen dat als je geen hond – geen perro – hebt, je ook geen beste vriend hebt. Je hond is immers je beste vriend.
Geen hond, geen  vriend. Zo eenvoudig is het leven.
Maar een echte man heeft altijd een beste vriend, een maatje. Dus zorg je ervoor dat je een hond hebt. Als je later nog een mens als beste vriend krijgt, dat heb je er een extra!!!

Ìk heb hier geen hond, dat hoeft ook niet, ik heb thuis honden, wel twee!!!

Op vrijdag heb ik hier altijd Spaanse les van Nikki, een Lanzaroteña, de les is meestal vlak voor lunchtijd. Nadat Nikki en ik één uur (of twee) de stand van de  Spaanse taal weer hebben doorgesproken, wensen wij elkaar prettig weekend en wandel ik naar huis.

Ik loop dan over één van de twee braakliggende terreinen en regelmatig – maar dat hangt natuurlijk van het exacte tijdstip af –  loopt daar een mooie jongedame (‘Dolores‘) in een strakke kantooroutfit (mooie turquoise zijde blouse, minirok, brede ceintuur van slangenleer, hoge pumps) die haar hond uitlaat; Tarzan.
Tarzan is eigenlijk van haar vriend Pedro. Maar Pedro  is beveiligingsbeambte en moet nu werken.
Pedro is sportief, Pedro zwemt, Pedro loopt hard en Pedro heeft zwarte band karate. Als je Pedro op straat tegenkomt, dan zeg je ook ‘meneer’ (‘señor’) tegen hem.
De beste vriend van Pedro sluit ook naadloos bij Pedro aan. Want dát kun je van Tarzan – de gespierde pitbull – wel zeggen.
Tarzan is sportief, Tarzan loopt (soms heel hard). Van een robbertje vechten is hij niet vies en hij zwemt. Misschien hadden ze hem beter in plaats van Tarzan Johnny Weissmuller‘ kunnen noemen. Als er nu de tussentijdse verkiezingen ‘Mr. Pit Bull-Universe ‘ gehouden zouden worden dan zou hij zeker op het podium eindigen.
Dolores loopt met Tarzan aan de stoere zwarte leren riem met verchroomde klinknagels over het lege terrein. In haar linkerooghoek ziet Dolores ziet een oudere vrouw met een jonge loslopende labrador aankomen en ze trekt aan Tarzan om veiligheidshalve – voorkomen is beter dan genezen – naar het rechterveldje te gaan. Maar hij heeft de labrador natuurlijk al lang gezien en had al veel eerder geroken dat de jonge labrador een teefje – una perrita – is. Als een echte ‘perro macho’ rukt Tarzan zich van Dolores los en sprint hij naar de labrador. Even staan ze stil in opperste concentratie neus aan neus, alle spieren gespannen, de staarten strak omhoog.

Dan gaan de puntjes van beide staarten héél voorzichtig heen en weer. ‘Mmmm wat ruikt ze toch heerlijk‘ denkt hij, geen Chanel #5, maar veel beter; Canine #9 zegt zijn neus en samen huppelen ze kwispelend over het braakliggende veldje, ze heet Jane en Tarzan is verliefd als een puber.
‘Ik wil een nest puppies van je’
fluistert Jane in zijn oor en zo dartelt het gelukkige stel samen dansend door het zwarte lavastof.
Maar dan fluit Dolores op haar vingers en over het veld roept zij resoluut ‘almuerzo’ (‘lunch’). Zonder ook maar een moment na te denken rent Tarzan op topsnelheid terug naar Dolores.

De liefde van een ‘macho‘ gaat blijkbaar toch door de maag.

Ondertussen loop ik rustig verder door naar m’n piso (mijn flatje). Nadat ik de veldjes van lavastof gepasseerd ben, loop ik nu de woonwijk in. De éénrichtingweggetjes zijn hier smal. Op straat lopen kan niet vanwege alle geparkeerde auto’s die hier staan. De trottoirs zijn soms 50 cm, soms 30 cm breed.  Aan de kant van de weg brokkelt de stoep een beetje af en dat is moeilijk lopen. Aangezien lopen toch al niet zo makkelijk voor me is, blijf ik daarom zo dicht mogelijk bij de huizen. Daar is de ondergrond nog het meest vlak.
Vanwege de warmte staan bij veel huizen de ramen – altijd op ooghoogte – open. Sommige zijn afgesloten met ijzeren tralies, bij andere huizen kun je zo in de woonkamer  kijken. Ik loop door de calle Victor Hugo en nader nummer 32. Daar woont Fifi. Fifi  heeft een terriër achtergrond, voor een deel in ieder geval. Haar vader heeft ze nooit gekend. Haar moeder was een Chihuahua. Maar ze weet dat ze de beste, dapperste, belangrijkste en mooiste hond van de stad is. Ze is niet zoals die slappe stinkende vaatdoek van hiernaast, die ………., die ……………….., die pitbull, yechhhhh.

Fifi is de schrik van de buurt en Fifi heeft een straatverbod. Niet zolang geleden heeft ze een medewerkster van de ambulancedienst in haar enkel gebeten. En dat was niet de eerste keer, ze heeft namelijk een grondige hekel aan ambulancepersoneel. “Dit zou verboden moeten worden en moet nu eindelijk maar eens een keer afgelopen zijn” dacht ze nog toen de dame van de ziekenauto langsliep. In een fractie van een seconde had ze de enkel van de mevrouw te pakken.

Maar postbodes dan. Postbodes daar heeft ze écht de schurft aan, die viezeriken die onaangekondigd om de hoek komen lopen en dan een stiekem stuk papier in mijn huis stoppen. SCHANDALIG. Maar ze weet wat ze ertegen moet doen. Jazeker, ze is er achtergekomen en het is eigenlijk verbazingwekkend simpel: blaffen, gewoon blijven blaffen. Lang en hard en dan gaan die postbodes vanzelf weer weg. De lafbekken, langer dan één of twee minuten houden ze het niet vol en dan draaien ze weer om. Het werkt, ik zweer het je! Probeer het zelf maar een keer.

Maar goed, Fifi heeft nu een straatverbod, én therapie.
Anger management’ noemen ze dat. En ze is aan het mediteren, vier keer per dag moet ze nu een ‘meditatief moment’ hebben, heeft de therapeut gezegd.
Ze heeft op therapie ook verschillende meditatietechnieken geleerd:

  • ‘Doe je ogen dicht en denk aan iets wat je rust geeft en je gelukkig maakt, bijvoorbeeld een mooie boom‘. DUHUHHHH?
  • Tel je eigen ademhaling (SAAIIIIIII).
  • Bamboo breathing‘ : je ademt in één keer diep in, en in drie tot vijf keer uit, net als de segmenten van een bamboe stok. ‘Ok, die is wel aardig‘ denkt ze.

Ik loop dus over de calle Victor Hugo terug naar m’n piso, Fifi ligt op de vensterbank, bezig met haar ‘Bamboo breathing’ techniek en als ze diep inademt ziet ze die kale kerel weer langslopen.

Even een geintje uithalen‘ denkt Fifi en precies op het moment dat ik voorbijkom brult ze de longen uit haar lijf, rechtstreeks in mijn oren en vol op mijn trommelvliezen.

– o – o – o – Prettig weekend – o – o – o –

Fifi zegt 'hola'

Fifi zegt ‘hola’

* Over de titel: ‘Pero un perro es un perro‘ = ‘maar een hond blijft een hond’

  • Het woord ‘perro‘ betekent ‘hond’.
  • Het woord ‘pero‘ betekent ‘maar’.

De oorsponkelijke titel van het stukje was ‘Un perro es pero un perro‘ (Een hond is maar een hond) maar  mijn lerares Spaans – Nikki  – verzekerde me dat dit toch écht geen Spaans was maar een Nederlandse zin met toevallig een paar Spaanse woorden.

Vandaar dat de titel nu ‘Pero un perro es un perro‘ is geworden (maar een hond blijft een hond). Met de officiéle goedkeuring van Nikki Soto.

This entry was posted in Lanzarote and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>