De pauze

Español English

December:
Terwijl hij zich scheert leest Juan Carlos zijn push-post-its die op de spiegel zijn  geplakt; “Yes I can“, “The only way is UP” en “Sell sell sell!“.
In zijn nieuwe kostuum en met de telefoon in zijn linkerhand loopt hij druk pratend naar buiten.
Hij voelt het in al zijn vezels; het is weer een dag om te winnen!

Esperanza  is bezig met de dagelijkse voorbereidingen, de speltvolkorenbroodjes liggen al – als voorbeeld – in de gekoelde vitrine, de linzen weken in mineraalwater voor de soep bij de lunch, met stukjes verse wortel en wat Parmezaanse kaas, het wordt heerlijk. De paté die ze gisteravond had gemaakt haalt ze uit de koeling. Het vers fruit ligt klaar in de schalen.

Ze is moe, een paar minuutjes zitten en dan is ze er wel weer.
Haar zus Esmeralda komt net van de doctor. Ze heeft nog steeds last van haar rug.

Om 10 uur klinkt het pauze signaal in de nabijgelegen school. De cafetaria stroomt vol met scholieren en docenten. Iedereen wil koffie, thee en wat te eten.
De docenten hebben in groepjes van vier het dagelijks overleg aan een van de tafels, de studenten zwerven met een smoothie in de hand naar buiten. Een student heeft een gedicht geschreven, of hij het op het schoolbord boven de deur mag schrijven? “Jazeker jongen, doe maar”, is het antwoord van de beide “mamis“.
Het is weer een drukke dag, zoals altijd trouwens. “Als we de lunch overleven, kunnen we even bijkomen” denken de uitgeputte zussen.

Na de lunch, de school is gesloten. Ze zijn allebei doodop. “We hebben een pauze nodig, een lange pauze” snikt EsperanzaEsmeralda  schudt haar hoofd, “geen pauze, dat is niet genoeg. We stóppen ermee, we verkopen de tent“.

Maart:
Trots als een pauw, loopt Juan Carlos door zijn nieuwe zaak. “Die oudjes, die omaatjes deden het helemaal verkeerd” denkt hij “Het is helemaal niet te zwaar, een nieuwe kleinere keuken, betekent méér vloeroppervlak. Dat zijn meer klanten, het personeel doet het werk wel. Een tafel voor 4 personen? ONZIN, kleine intieme tweezitters dát is de toekomst. Volkoren broodjes? Teveel werk, geen marge. Nee, hamburgers. Dáár verdien je je geld mee.

De zaak sluit twee maanden voor een ingrijpende verbouwing.

Eind Mei:
De verbouwing is iets uitgelopen. Voor de grote opening heeft Juan Carlos liefst acht mensen rondlopen. De school is net dicht voor zomerreces, “dat is jammer, maar ja niets aan te doen, we krijgen wel aanloop vanuit de straat.” denkt hij. Dit geeft hem een mooie kans om zijn managementkwaliteiten te tonen en eens fors in het personeelsbestand te snoeien. Hij is immers een strateeg (zijn initialen zijn niet voor niets JC).
Van de acht mensen, worden er vier ontslagen.

September:
De school is weer open, de docenten hebben veel met elkaar te bespreken. Als ze tijdens de koffiepauze, binnen in de verbouwde cafetaria de kleine tafeltjes direct aan elkaar schuiven begint het eerste overleg, de vakantie evaluatie. Het is improviseren, makkelijk is anders.
De scholieren lopen met een reep Snickers naar buiten. Het broodje hamburger laten ze links liggen, dat kunnen ze overal wel krijgen.
In de loop van de tijd nemen steeds minder mensen plaats aan de kleine minitafeltjes voor twee personen.

December:
Juan Carlos moet nadenken, er wordt veel verlies geleden en dat de mensen van de school wegblijven, dat is extern, daar kan hij niets aan doen.
En dat de mensen van de straat ook niet binnen komen, dat is helemaal extern, daar kan hij echt niets aan doen. Hij heeft een pauze nodig.
Het is tijd voor daadkracht, tijd voor een managementbesluit. “Ik stop ermee, ik verkoop de tent”.

De volgende dag is de volgende mededeling op de voorgevel geplakt:

cerrado

Gesloten
volgende opening wijziging van de directie

Posted in Lanzarote | Tagged | 1 Comment

Zóóóóóóó blij

Español English

Moe, maar wél voldaan, liepen ze samen rustig de trap af.
Wat kan dát vermoeiend zijn zeg. Reizen.
En niet zomaar reizen, niet gewoontjes met een vliegtuig, néé meneer, met een heus cruiseschip.
Iedere dag een andere stad, Elke dag een andere haven. Iedere dag een ander eiland.
Hoppen”, zo noemen ze dat.

John had géén idee waar ze waren, “weet jíj misschien waar we zijn?” vroeg hij zonder om te kijken.
Waarschijnlijk weer op een of ander eiland” was het uitgebluste antwoord.
Is dit nummer zes, of acht? Ik ben langzamerhand de tel kwijt“.

Toen ze eindelijk rond twee uur ‘s middags in het stadje arriveerden was het uitgestorven. Alle winkels waren gesloten.
Bloedje héét, dat wel maar geen mens op straat te bekennen.
Ah ja” dacht hij, “ze houden hier ‘s middags siësta, alweer zo’n rare Spaanse gewoonte.

Maar in de verte zagen ze toch iets wat de schijn had open te zijn. “Zie je dat ook? Daar op de hoek. Zullen we daarnaartoe gaan?“.
Het bleek een fotowinkel te zijn, dat wil zeggen; je kon er briefkaarten, drank en sigaretten, telefoons en fototoestellen kopen. Wel beetje oude rommel allemaal.
Teleurgesteld draaiden ze zich weer om terwijl John in zijn ooghoek een rommelig stapeltje doosjes zag liggen.
Toen hij even keek naar wat op de doosjes stond, veranderde de stemming direct.
“Selfie stick“, ieder doosje bevatte er een, en het waren zovéél doosjes!
Een enorm assortiment aan selfie sticks lag in deze uithoek van eiland nummer zeven!

Als kinderen in een snoepwinkel kruipen ze zielsgelukkig over de vloer, zovéél, zovéél soorten, zovéél keuze. En zo goedkóóp! Daar worden John en Kim blij van!
Ik wil deze!” roept Kim met de doos stevig tegen zijn borst gedrukt.

Even later lopen ze samen – weer moe en voldaan – over de promenade bij de Charco.
Een glimlachende John heeft de Selfie stick in de rechterhand, de lege doos in de linkerhand. Kim doet stoer. De nieuwe Samsung zit al in de stick geklemd en filmt hun wandeling vanaf hun rug.  Leuk voor Facebook, eens iets anders. Toch?

Na deze vrolijke wandeling gaan ze op het muurtje aan de poel zitten, het zwoele beeld van houten vissersbootjes in het lage water. Je voelt je hier nog zó verbonden met de echte natuur!
En dan breekt eindelijk hét moment aan, het wordt tijd voor hun eerste duo selfie, oehhhh wat is dit toch romantisch!!! denken ze allebei.

Beheerst legt John de doos neer, rustig schuift hij de stick in, klemt zijn iPhone 5 (“het is al een oudje” denkt hij nog) vast in de kunststof houder. Maar dan begint het te stromen, John loopt over van ideeën, loopt over van inspiratie. “Selfie stick drones zijn er allang.” denkt hij. Hij ziet het voor zich. Honderden toeristen lopen hier langs de Charco, zwermen van “Selfie drones” die rond hun hoofden cirkelen. Eigenlijk hoef je niet eens meer zelf op reis te gaan, je stuurt gewoon je eigen smart-drone. Véél makkelijker!
Dan krijgt hij weer een idee: “De SSS, de Stereo Selfie Stick!!!” Twee iPhones op één en dezelfde stick, mét Wifi én Bluetooth, een app doet de rest. Klik en je hebt een 3D portret van jezelf! Even als buste printen op de 3D printer die thuis op het aanrecht staat. “de iBuste, the sky is the limit!!!!!“.
Kim stoot hem even aan, “oh ja” denkt hij, “onze duo selfie“.

Langzaam schuift John de stick uit, dit keer tot maximum lengte. Kim kijkt gebiologeerd toe. Je krijgt het er warm van, hier in die brandende zon. De gespierde arm van John houdt de smartphone op afstand, de lens gericht op de twee glimlachende monden. “Facebook?” vraagt Kim verliefd, “Instagram” antwoordt hij trots.

Terwijl John zacht op het knopje duwt om af te drukken flikkert de iPhone 5 uit de gammele plastic houder. In slow motion valt het – ineens een stuk minder oude – toestel met een zachte  ‘plop‘,  gevolgd door een onheilspellende ‘krak‘,  op de keiharde tegels van de promenade rondom de Charco.

Zie ook: Stromae – Twitter Carmen en Selfie Stick vakmanschap

Posted in Lanzarote | Leave a comment

Tijdloos

Even zonder tijd, dat is weer eens iets anders.
Stervensdruk op dit moment.

Druk met Spaans,
druk met Chi Kung (of Kong),
druk met nog x andere dingen.
Druk druk druk…

Maar een moment is altijd tijdelijk.
Stervensdruk betekent ook niet druk bezig zijn met sterven, want dan zou alles écht tijdloos worden.

Nee, gewoon even geen tijd over, om te schrijven,
de druk drukt alle tijd eruit.
Geen tijd dus, even zonder tijd; tijdloos.
Dan schrijf ik dáár maar over.

omega

 

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

De euromas van Barcelona

Weet je, eigenlijk hebben Nederland en Spanje best veel gemeenschappelijk

Om te beginnen met Europa, en vervolgens de goedheiligman uit Spanje natuurlijk, Nederland wil um en Spanje heeft um. Nou ja Turkije is eigenlijk de rechtmatige eigenaar van de Sint – oeps, laat het Geertje W. niet horen. Turkije heeft iets wat Nederland graag wil, in ieder geval rond 5 december, met of zonder pieties.
Zwart, wit, geel of blauw. Vader Abraham zal zeker voor een smurfpiet hebben gezorgd, of die nu wel of niet door een waterkraan komt.
Ik vraag me trouwens af hoe het met de Aziatische piet gesteld staat?

Hier op Lanzarote – of überhaupt op een van de andere Canarische eilanden – hebben we dat pietengezeur trouwens niet, hier is piet een nationaal symbool:
De kanariepiet.
Geel, groen, blauw en wel of niet gestreept, zijn allemaal gelijk.

Maar in Nederland wordt deze piet zelfs in een klein kooitje opgesloten en dáár hoor je weer niets over in de kranten!
Zo leuk voor de kinderen, was het toch? Een ‘discriminatievrije onderwijsomgeving‘ noemt men dat, ammehoela, zo’n eenzaam verpieterend pietje in een kooitje.
Maar ik dwaal weer eens af…

Terug naar Nederland, Spanje. Hoe zit dat Spanje nu eigenlijk in elkaar?
Weet je, ik ben blij dat je dat vraagt; eigenlijk hetzelfde als Nederland. Nederland heeft 12 provincies, Spanje heeft 17 autonome regio’s  (Baskenland, Catalonië, Andalusië, Canarische Eilanden enz. enz.),  een hoofdstad, Madrid, net zoals wij Amsterdam hebben.
Een heuse havenstad en moneymaker, Barcelona, net zoals wij Rotterdam hebben, een échte werkstad, no-nonsense stad. Spaans weliswaar, maar toch.

Verder heeft Nederland Den Haag en Spanje heeft Sevilla, wat die twee steden met elkaar gemeenschappelijk hebben, kom ik straks op terug. Sevilla is een van de warmste steden van Europa – in januari een behaaglijke 16 C en in de zomer ver boven een zinderende vijfenveertig graden!
TIP: als in Nederland de gure poolwinden door de straten blazen, ga dan even vijf minuten op de bank liggen en luister naar dit fragment om in hogere Spaanse sferen te komen, zet het volume wel lekker hard! En als ik nu zo naar de Spaanse Johnnie en Rijk;   Los del Rio met Sevilla tiene un color especial luister en dit vergelijk met Den Haag, zijn er eigenlijk helemaal geen overeenkomsten. Behalve dan…
De Sevillaanse wijk Triana wordt beschouwd als de geboorteplaats van de Spaanse dans- en muziekstijl flamenco. En laat Johan nu in Sevilla zijn opleiding hebben gehad als enige, echte Haagse flamenco gitarist, wie is Johan? Johan Frauenfelder natuurlijk! Voor die paar mensen die hem nog niet kennen, hier is hij in een dualistisch zelfkritische dubbelrol of in het bijzonder mooie en iets serieuzer werk.

Sevilla is de hoofdstad van de Spaanse autonome regioAndalusië‘. De Spaanse autonome regio’s zo’n onderling heel verschillend en hebben niet zo heel gemeenschappelijk met elkaar, behalve dat ze allemaal het liefst onafhankelijk van Spanje willen worden.
Weg van Spanje roepen ze allemaal in koor“.
Stél, stél dat dat zou gebeuren, dan het je geen Spanje meer (want alle gebieden zijn immers vertrokken uit Spanje).
Dan heb je 17 kleine Spanjetjes. Pequeños Españitos zeg maar met allemaal hun eigen Spaanse dialect: Baskisch, ABC (Algemeen Beschaafd Canaries) en Catalonisch in Barcelona e.o.
Iedere regio heeft natuurlijk een eigen baasje, president, koning of goedheiligman.

Die uit Catalonië is de heer ‘Mas‘, ‘Arthur‘ voor zijn vrienden (en vijanden).
Bij de verkiezingen heeft hij beloofd dat als hij gekozen zou worden ‘zijn‘ regio onafhankelijk van Spanje zal worden. Hij wordt vervolgens gekozen en schrijft een referendum want iedereen wil verlost worden van  Spanje!

Vertaal dat even naar Nederland; Rotterdam e.o. gaat weg uit Nederland.
Geen haven meer, geen benzine meer, geen plastic meer, geen Euromast meer.
In ieder geval moet het allemaal worden geïmporteerd uit Nieuw-Maasedonia of hoe het ook gaat heten.

Spanje moet toen ook gedacht hebben ‘nou, dat is nogal wat, Caramba nog eens an toe!‘.
Spanje heeft het vervolgens gewoon op de Spaanse manier opgelost en het referendum eenvoudigweg als illegaal verklaard.
Wordt vast en zeker vervolgd….

 

 

Posted in Lanzarote | Tagged | Leave a comment

Vakantie

Ben je op vakantie geweest, was het leuk?” Vraagt de mevrouw van de biologische groentenkraam op de zaterdagmarkt in Arrecife, Lanzarote als ik mijn boodschappen bij haar afreken.
Ik ben weer terug van twee maanden Nederland.
De reacties van de mensen hier zijn ongeveer dezelfde, óf iedereen vindt het leuk je weer te zien, óf ze doen net alsof ik niet ben weggeweest en gaan gewoon door met het verhaal waar ze twee maanden geleden mee bezig waren.

Blijkbaar ben ik hier tot het straatbeeld gaan horen, die kale vent die nog steeds als een manke pinguïn door de straten loopt terwijl er een zeer merkwaardig Spaans uit zijn mond komt.

Een voorbeeldje: Ik had zin in een biertje, dus wat doe je dan? Juist, je bestelt een pilsje.
Hier heet dat een caña (‘kanja’ = pils) en als het vroeg op de dag is (vóór een uur of 12) bestel je een cañita (‘kanjita’) dat is precies hetzelfde maar het klinkt onschuldiger.
In Nederland noemen we dat een pilsje, ook dat klinkt veel onschuldiger dan pils.

Nu wordt er in Spanje een belangrijk onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen.
Ze vinden dat onderscheid zelfs zó belangrijk dat ze het speciaal aangeven. Dé man is in het Spaans el hombre en dé vrouw is in het Spaans la mujer. Iets wat mannelijk is wordt aangegeven met el  en aldatgene wat vrouwelijk is wordt aangegeven met la.
El = mannelijk, la = vrouwelijk. ALTIJD.
Je betitelt iets wat mannelijk is, NOOIT met la en je betitelt iets wat vrouwelijk is NOOIT met el. Dit getuigt van respect voor het andere geslacht.
Izze simpel. Een kind kan de was doen, ja toch?

Maar de Spaanse taal (of Frans, Italiaans, Portugees, Latijn, …) gaat nog een stapje verder. Terwijl we het in Nederland hebben over een man en een vrouw hebben ze in Spanje zelfs het woordje een een geslacht gegeven: De mannelijke een is un (een ‘oen’) en de vrouwelijk een is una (een ‘oena’).
Dus: een man is un hombre en een vrouw is una mujer, en ook dit geldt weer ALTIJD.
Je noemt NOOIT iets vrouwelijks ‘un‘ en je noemt NOOIT iets wat mannelijk is ‘una‘.
Dat kan niet, dat mag niet, en dat gebeurt ook niet. AMMENOOIT NIET!
Er zijn in het verleden mensen voor minder geëxecuteerd.

Maar ik had nog steeds zin in een pilsje. Terwijl in Nederland bier of pils onzijdig is (hét bier, hét pilsje) is dat in Spanje natuurlijk (jullie raden het al): vrouwelijk.
Dus ‘het pils‘ is ‘la caña‘ en ‘een pilsje‘ is ‘una cañita‘.
Een weldenkend mens met toch zo’n 1 biljard neuronen in zijn hoofd moet dat toch kunnen onthouden zou je zeggen, zo moeilijk is dat nu ook weer niet.
Nu zijn er bij mij, door mijn MS, een aantal van die neuronen stuk, defect of verdwenen. Dat heeft een aantal gevolgen en één daarvan was dat ik bij de ober ‘un cañita‘ ipv ‘una cañita’ bestelde, de brave man knikt en loopt weg. Na twee meter staat hij stil en blijft even staan. ‘Ik heb het niet goed gehoord’ denkt hij ‘Wat zei die kale vent nu ook weer? Una cañita(een pilsje)? Nee, dat zei hij niet. Dos cañitas (twee pilsjes)? Nee, dat ook niet. Mucha cañita (veel pils)? Ja, dat zou kunnen. Ik weet dat het een buitenlander is, laat ik toch maar even vragen hoeveel pils hij wil hebben’
De ober loopt dus terug en vraagt aan me ‘U zei dat U véél pils wilt hebben, maar U zei niet hoevéél U wilt.
Voor hetzelfde geld had hij zonder commentaar tien pullen bier op mijn tafeltje gezet.

Posted in Lanzarote | Tagged , | Leave a comment

The wheelchair blues

Ik ga vliegen. Nou ja ik ga niet vliegen, het vliegtuig gaat vliegen, met mij er in.

Ik hoef helemaal niets te doen.  Behalve ervoor te zorgen dat ik op tijd in het juiste ‘avión‘ zit. Dat doe ik de laatste 6 jaar met behulp van een rolstoel omdat het wachten, lopen op een luchthaven te vermoeiend voor me is.
Meestal vlieg ik vanaf een kleine provincie-luchthaven, Eelde of Weeze, klein en overzichtelijk. Je vraagt aan het loket om een rolstoel die er meestal binnen vijf minuten is zodat ik zittend naar het vliegtuig kan, altijd is Helena dan de duwende kracht in dit lokale vliegveld vervoer.

Deze keer vertrek ik met Transavia naar Arrecife, Lanzarote – zonder Helena –  vanaf Schiphol , een grote efficiente internationale zakelijke luchthaven, dé ‘hub‘ van Europa, ach ‘hubbie‘ van Nederland in ieder geval.
Met de trein naar Schiphol en na een kleine drie uur daar aangekomen ga ik op zoek naar een rolstoel, loketten zie ik hier niet en ik vermoed dat de ABN bank of Hertz autoverhuur geen rolstoelen ter beschikking stellen.

Na een half uurtje ronddwalen (de gate waar ik moet inchecken blijkt een paar kilometer verderop te liggen) vind ik de enige Schiphol infobalie die er is, en een rijtje van tien groepjes mensen staat voor me, na een kwartiertje ben ik aan de beurt.
Schiphol doet er niet meer án” zegt de dame van de info balie tegen me als ze ziet dat ik alleen ben. Ze hebben nog wel een paar rolstoelen en ik zou er in principe (als het écht niet anders kan) ook wel eventueel gebruik van kunnen maken maar dan moet ik wel iemand hebben die mij duwt en ‘dáár doen we niet meer án‘.
Ik leg uit dat hoewel ik nog niet plantaardig ben en wel een kort stukje kan lopen zolang dat niet te zwaar voor me is.
De dame legt uit dat ik natuurlijk bij Axxiom moet zijn, ‘maar dat weet u wel‘. Als ik nee knik, zucht ze diep.
Ok dan, ik zal u de snelste route uitleggen omdat u niet goed loopt, het is niet de makkelijkste route maar wel de snelste, als ik een beetje doorloop ben ik er snel.
De route wordt aangegeven door grote cirkels op de vloer, die moet ik volgen tot er geen cirkels meer zijn, maar dat merk ik vanzelf wel, en dáár is de balie van Transavia” glimlacht ze naar me zoals ze dat op de in-house-intake-trainings-middag vorige week heeft geleerd.

De rolstoelen zijn uitbesteed, ge-outsourced in het kader van effiencymaximalisatie en kwantitief betere wintersportbonussen voor het management.
Schiphol heeft sinds een paar jaar een nieuwe manager, Mr. Nijhuis, is een man die weet wanneer hij in zijn recht staat, behalve Mr. is hij ook RA (Register Accountant) en een vroegere partner van PwC, en dan bén je iemand. Als een partner van PwC  een vergadering van managers (het plebs onder de €400K per jaar) binnenloopt stopt het managementgekakel in het bussinesskippenhok direct en wordt er gezwegen.
Als je partner bij PwC bent, ben je een financiële God in Amsterdam-Zuid of een financiële Allah of Boedha (wát je ook maar gelooft).
Een kort ABC grapje tussendoor:

Allah en Boedha zitten op een bankje in het Vondelpark te babysitten op kindje Christus die zoete broodjes aan het maken is.
Vertederd zegt Allah tegen Boedha: ‘Wat zijn ze toch nog lief als ze zo klein zijn hé?’ ‘Vertel mij wat’ zegt Boedha, die van mij is 534 jaar oud, dat is andere koek!

Ik bedank de dame en verlaat de rij (waar nu toch weer zo’n 20 groepjes mensen staan) en volg de cirkels op de grond. Na een kilometer of twee zijn de cirkels op, het pad stopt, ik zie geen balie van Transavia alleen van KLM, ik stap daar op af en vraag aan een dame die heel assertief uit haar ogen kijkt (je kent dat wel, een blik van’kom maar op als je durft, ik lust je rauw‘) hoe ik in ABC’s naam aan een rolstoel kan komen. Stilte, ‘jaahhh, uhh, jahaaah, uhhh, ogenblikje, even nachecken‘ en ze loopt weg.
Na een minuut of tien is ze terug, ‘ziet u het witte licht aan het einde van de gang? In dié buurt moet u zijn‘  zegt ze met de bekende glimlach van de in-house-intake-trainings-middag van vorige week.
Ik loop het witte licht tegemoet, dat afkomstig is van een sterke bouwlamp, er wordt stevig verbouwd.
Ik zie een bordje ‘Assistentie balie‘ van Axxiom maar dat wijst naar een blinde muur.
Na een kwartiertje rondzwerven vind ik in een verborgen hoekje een balie met een rij boze mensen, de balie is gevonden!!!!!!!!!!!! :)

De assistence in een blinde muur

De assistence vanuit een blinde muur, ik moet bij gate D86 zijn.

Als ik na een minuut of tien aan de beurt ben vraag ik aan de dame hoe ik aan een rolstoel kom.

Zij is een pro.

Ze is van de andere kant, van de outsource kant en kent de klappen van de zweep als geen ander.
Zonder op te kijken – ze staart intens naar het 20″ beeldscherm dat voor haar staat, en laat zich niet afleiden – staren naar een beeldscherm betekent immers dat je hard aan het werk bent en niet gestoord wilt worden. Ze vraagt ‘papieren!’ en tikt de nummers in, pakt een pen en schrijft iets op mijn ticket/instapkaart. ‘U komt over anderhalf uur hier terug!!!‘ zegt ze terwijl ze weer met de volgende klant bezig is.

Ik zwerf wat rond, trappie op, trappie af, liftje tussendoor, even langs op het spottersdek. Mannen met kijkers/lenzen van €5,000 tot €10,000 staren verlekkerd naar een vrachtvliegtuig uit Korea alsof het een sexy filmster in bikini  is.

Na anderhalf uur ben ik terug bij de geimproviseerde balie van Axxiom. Er is niemand.
Tien minuten later komt een nerveuse dame aanlopen en vraagt ‘moet u een rolstoel?‘ Als ik ja knik,  zegt ze dat ze ook twee Amerikaanse dames moet oppikken, dus moeten we met de elektrische buggy omrijden. De dames gaan naar Rome en willen tax-free wiskey kopen, dat mag eigenlijk niet maar we doen het toch en er blijkt een probleem te zijn:

Er is een woord: ‘Schengen‘, dat is reizen binnen europa zeg maar.
Nu heb ik een europees paspoort en reis naar Spanje, binnen europa, no problemo zou je denken.
Maarrrrrr, de dames die vanuit Amerika (niét-Schengen) naar Rome (wél-Schengen) vliegen moeten een andere route volgen (op Schiphol dan) en ik mag dat – als wél-Schengen man op een wél-Schengen route –  niét doen!
Als iemand dit snapt mag die het aan me uitleggen.

De douane man/marechausee achter de niét-Schengen balie bestraft mij dan ook direct, “u hoort hier niet te zijn mijnheer! Foei!!” en ik moet uitstappen, mijn spullen uitpakken, röntgen apparaat en opnieuw inchecken. Dit blijkt een keer of vijf herhaald te worden totdat ik bij de Gate D86 ben waar ik moet zijn. De buggy chauffeuse meldt mij aan bij de dame van Transavia en ik wacht als eerste in de lange rij vakantiegangers.

Als iedereen – behalve ik – in het vliegtuig zit, loop ik naar de Transavia dame. Excuses van haar, ze was me vergeten, maar ik mag nu wel doorlopen voor mijn vlucht naar Arrecife, Lanzarote.

Terwijl het vliegtuig over het asfalt taxiet roept de gezagvoerder vrolijk
Welkom dames en heren, op deze vlucht naar Las Palmas, Gran Canaria“.


Wat betreft het outsourcen: de zorgsector 
weet inmiddels als geen ander hoe dat werkt. 
PwC - PricewaterhouseCoopers - die nu ook de boekhouding van 
Schiphol doet, is echter óók marktleider op het gebied van 
insourcen, het begeleiden van de vele mislukte
outsourcing projecten die weer worden teruggedraaid.
Posted in Lanzarote | Tagged | 2 Comments

Costa Rica – Nederland

Het voetjebal is voor Spanje, het land waar God zelf woont of werkt, sommige Nederlanders noemen hem ook wel eens Johan Cruiff, de laatste week niet meer zo heel erg boeiend. Een nogal onbekend landje, heeft ze in een vroeg stadium uit het wereldkampioenschap geknikkerd.
Grappig dat een sport voor kinderen van een jaar of zes wordt gebruikt, om een groep volwassen kerels, die jaarlijks tonnen of miljoenen incasseren, uit een van de belangrijkste toernooien ter wereld te verwijderen.
Toen ik vroeger als kleine jongen knikkerde, was dat vooornamelijk een meditatieve bezigheid om een kleurig glazen balletje op de juiste plek te krijgen, daarmee heb je eigenlijk wel alles gezegd over knikkeren (of over voetbal).

De TV in mijn flatje ontvangt geen zenders waarop voetbal is te zien. Als ik naar een voetbalwedstrijd wil kijken, ga ik naar de kroeg. Zo hoort dat.
Iedere kroeg heeft hier een flatscreen LCD TV, zeker 100 inch groot, sommige 200 inch met optionele beamer. Groot in ieder geval. Het liefste ga ik naar een kroeg van het land van één van de partijen, dat is leuk. Als Colombia speelt, ga ik naar de Colombiaanse kroeg om de hoek, Nederlandse kroegen zijn hier niet, als Costa Rica speelt ga ik naar een cafe uit Costa Rica, maar waar zit ie hier in vredesnaam? Geen idee. De wedstrijd begint om negen uur, dus ga ik rond half tien de straat op, op zoek naar een kroeg die het voetbal uitzendt.
Sinds Spanje namelijk is uitgeknikkerd, wordt er in principe geen voetbalwedstrijd meer uitgezonden en staan alle TV’s óf uit, óf op The Voice.  Uit solidariteit? Misschien, maar in ieder geval wegens gebrek aan belangstelling. Ik loop dus rond 21h30 (het is hier op de Canarische Eilanden een uur vroeger dan in Nederland) over de stille straten van Arrecife, Lanzarote, geen voetbal, her en der wordt The Voice Español uitgezonden, dat is alles.
Na een half uurtje rondstruinen loop ik langs een hamburgesia, naast een locutorio, waar wat voetbalachtig-geluid uitkomt, Op het ernorme TV scherm achter in de zaak zijn grote groene vlakken te zien. Dat lijkt wel een voetbalwedstrijd, ik loop naar achteren en ga achter een tafeltje bij de drie andere supporters zitten.

Pablo komt zelf uit Costa Rica, uit San José, de hoofdstad. Hij is een groot aanhanger van FC Costa Rica, en is dan ook bijzonder trots op zijn ploeg, die al zovér is gekomen. Hij wil ze dan ook ondersteunen in deze belangrijke wedstrijd. Eigenlijk is hij de enige die dat écht wil, zijn broer Rico, is weliswaar meegegaan, maar eigenlijk alleen om dat Pablo heeft gezegd dat hij vanavond alle consumpties betaalt. Pablo heeft ook een vriendin, een Spaanse, Esmeralda houdt heel erg veel van Pablo, maar niet zoveel van voetbal, dat zal haar de spreekwoordelijke H…worst wezen. Maar ze is dolgelukkig dat ze bij Pablo is.

Zo nu en dan zie ik dat Pablo zijn vuist even spant als de wedstrijd spannend is, Rico, zijn broer, WhatsApped en Esmeralda Facebooked.

Een kwartier vóór het einde van de wedstrijd komen er nóg meer supporters binnen, drie jonge moeders, rond een jaar of 25,  met kinderwagens en verse babies en drie dochters op loopbare leeftijd. Ze gaan aan het tafeltje naast me zitten, de moeders kijken naar de wedstrijd, niet omdat het interessant of spannend is (dat is het namelijk helemaal niet). Maar omdat beweegt en geluid maakt.
Zo nu en dan maken de zuigelingen een huiltje. De loopbare dochters ontpoppen zich dan even als surrogaat moeder en bemoeien zich dan met het broertje of zusje.
Soms heeft dat tot gevolg dat het huiltje een luidhuil wordt, maar dat gaat vanzelf weer over.
De moeders WhatsAppen, Facebooken, maken foto’s van de kinderen en vegen nog op vele andere manieren hun smartphone

Penaltyschieten, Nederland wint, nee Costa Rica schiet één knikker er niet in en is dus uitgeknikkerd.

Pablo staat op, en loopt naar buiten, Rico volgt en geeft me een knikje, Esmeralda zegt bij het naar buitengaan ‘hasta luego (tot ziens)‘ tegen me, de moeders vegen nog even door.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

My little locutorio

locutorio1Locutorio’s zijn kleine telefooncellen, die meestal achterin een lokale kruidenier zijn te vinden, behalve telefoons staan er tegenwoordig ook vaak PC’s, verbonden met Internet. De meeste kruideniers verkopen ook pindakaas, wijn voor € 1 per liter en wiskey, meestal J&B.

Locutorio’s, Locu’s  voor intimi, heb je in verschillende soorten en maten, en met een grote variatie aan kleuren en smaken. Je vindt ze op straat, om de hoek, in een souterain, op de 1e verdieping of zomaar achter een muur.

Als je even niet oplet, ben je er zomaar langsgelopen. En hoe verschillend ze ook mogen zijn,
ze zijn altijd opmerkelijk onopvallend

Locutorio’s zijn klassiek buitenlands-Spaans, zoals mijn Marokkaanse in Argana Alta.
Sommige locutorio’s kunnen behoorlijk enthousiast islamitisch zijn, waar je puber knullen naar filmpjes op youtube.com ziet staren, niet met rode oortjes naar een Miley Cyrus die op een Wrecking Ball semi -functioneel-naakt prachtig mooi zit te wezen. Neen, driewerf neen, ze kijken naar een oude man met een lange grijze baard, in een lange grijze jurk, die hel en verdoemenis afroept over alles en nog waarover waar je hel en verdoemenis kunt afroepen.

En dan heb je nog mijn eigen kleine favoriete, buurtLocu, mijn tweede kantoor kun je wel zeggen.
Afrikaans, een zootje, een gezellige puinhoop gerund door een jonge man en een jonge vrouw, de man begroet mij altijd met ‘Hola amigo, ¿que tal?‘ wat altijd weer een goed begin van de dag is.
De vrouw begroet mij niet, zij is multitaskend bezig, multitaskend wil in dit geval zeggen dat ze met alles en iedereen – behalve met mij – bezig is. Inkoop van goederen, opmaken van de kas, bellen met klanten, vriendinnen en haar moeder. Een spelletje doen op internet en tegelijkertijd uitzoeken waarom de mobiele telefoon niet meer werkt. Als er op dat moment iemand op straat langsloopt waar ze nog geld van krijgt, sprint de mede-eigenaresse naar buiten en grijpt de man bij de kladden. Nadat de betaling is afgehandeld, loopt ze weer naar binnen.
Dan vraag ik aan haar ‘puedo usar internet y puedo imprimir? (kan ik internetten en printen?)‘ Ze staat stil, draait zich om en kijkt mij aan. Met vuur in haar ogen vraagt ze ‘¿imprimir?’ en als ik dat bevestig loopt ze door en gaat achter de kassa zitten om weer te multitasken, ik kan haar nu beter niet storen en wacht rustig af. Na een paar minuten tikt ze iets in op het toetsenbord, kijkt naar het beeldscherm en roept tegen mij ‘¡la dos!‘ Ik draai me om en loop naar cabine nummer 2. Daar is alles nog donker, geen licht, de antieke PC staat nog uit en ik roep door de zaak ‘la dos, ¿seguro?‘ ‘si, si, si‘ is het afwezig klinkende antwoord. Ze is weer aan het multitasken, ik tel niet meer mee. Ik doe het licht aan, start de PC op en zet het beeldscherm aan. Als ik nog zou roken dan zou dít een goed moment om een peuk te doen. De PC’s zijn hier namelijk niet al te snel, best wel traag eigenlijk. Ik hang dus een beetje in de buurt rond van mijn cel totdat de apparatuur is opgestart.
Ik roep mijn website op, print 2 a4tjes, zet de pc weer uit en loop naar de kassa.
Dos papeles‘ (twee papiertjes) zeg ik tegen haar. Ze kijkt naar de printer en schudt haar hoofd, ‘No puede (dat kan niet)’ zegt ze, ‘ ¡Seguro! (zeker weten!)‘ antwoord ik.
Ze kijkt weer naar de printer en denkt even na over het knipperende rode lampje.
Nog nooit heb ik een Afrikaanse dame zo snel rood zien worden, ze staat op, spurt het pand uit en rent hard weg. Na een minuut of vijf is ze weer terug, mét een pak papier. Ze gooit het in de printer, die direct begint te zoemen en twee velletjes papier uitspuugt.
Zestig cent‘ roept ze geroutineerd, ik betaal en zeg nog, ‘¡gracias, hasta luego!(bedankt, tot ziens) voor ik de winkel uitloop.

Deze week staat de vloer van mijn Locu volledig blank. Alle  kinderen hebben het enorm naar hun zin, mijn Afrikaanse vriendin iets minder. ‘Vandaag geen internet’ zegt ze, haar schouders ophalend.

locutorio

Zoek het internet cafe

Ik ga naar een andere Locutorio, om de hoek, 25 meter verderop. Dit keer een Colombiaanse Locutorio, het is een mooie Locu, wat een wereld van verschil!. Een schoongemaakte ruimte, licht en opgeruimd. Uit de luidsprekers klinkt een zacht standaard supermarkt deuntje, Miley Cyrus natuurlijk, met …
Direct bij de ingang zit een jonge Colombiaanse meid, een jaar of 17 schat ik haar en ze is bloedmooi. Ik besluit dat ik haar Conchita zal noemen. Bij haar vergeleken verschrompeld Miley tot een oude gerimpelde bes. Volgend jaar kan iedereen Conchita op TV zien nadat ze de miss world verkiezingen heeft gewonnen.
Maar nu zegt ze dat ik bij PC nr 3 moet ik zijn. Internetten, printen, 3×2 velletjes (Nederlands, Engels én Spaans) naar drie .PDF bestanden en ik loop terug naar de kassa. ‘Ik heb 6 velletjes die geprint moeten worden’ zeg ik tegen haar. Conchita, kijkt op haar PC of er een bestand van mij staat ziet dat er drie .PDF files zijn en gooit direct twee van de drie bestanden weg. Ze bekijkt het overgebleven .PDF file en zegt dat ze maar twee pagina’s te printen heeft. Of ik er een nietje omheen wil vraagt ze met een oogverblindende glimlach.
Met behulp van een telapparaat en een uitgebreid spreadsheet gaat ze uitrekenen hoeveel ik moet betalen:
(( internettijd*het aantal pagina’s+opslagruimte*bandbreedte+nietje min het-aantal-niet-geprinte-pagina’s)*buitentemperatuur).
Ze kijkt me vrolijk aan en roept ‘Zestig cent‘.

Hopelijk is volgende week de vloer van mijn Afrikaanse Locutorio opgedroogd, Conchita zie ik volgend jaar wel op TV.

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

Langeafstandsband

Ik ben getrouwd, gelukkig…

Of ik nu gelúkkig getrouwd ben, of dat ik gelukkig getróuwd ben – accenten blíjven belangrijk – kan ik in beíde gevallen beamen, maar of mijn echtgenote, mijn wederhelft, mijn maatje in goede én slechte tijden (GTST) dat ook vindt?

Onlangs waren we 23 jaar getrouwd!, Bijna een kwart eeuw! Da’s pas lang…..
Dat schept een band en dat is fijn,  zó moet het eigenlijk zijn.

Maar toch is er sprake van een afstand, ik kan het niet ontkennen. Soms, een énkele keer denk ik. “nee het is niet hetzelfde, het is ánders”. Ik weet niet goed hoe ik dat onder woorden moet brengen. Maar er is een verschil.

Zij is een vrouw, ik ben een man. Is dat de reden? Ja ja, dat is mogelijk, de ene een X-chromosoom met 2 pootjes, de ander een Y-chromosoom met 3 pootjes. Kun je dan iets voor dat eenzame zielige chromosoompootje doen? Genetische manipulatie? Ik vind het wel wat ver gaan.

Zij komt van Venus, ik van Mars? Ik weet het niet, ik ben nooit op Mars geweest, behalve natuurlijk bij Total Recal I en II met Arnie S.
Maar om nu te zeggen dat ik me echt identificeer met Mars, nou nee.
Zelfs niet met de bekende melkchocoladereep met dezelfde naam  (die trouwens de beste tijdloze internationale wisselkoers van de afgelopen 100 jaar is geweest, maar dat terzijde).

Dat we 4,018 km van elkaar verwijderd wonen?
Zij in Nederland, ik op Lanzarote, Canarische Eilanden, Spanje. Tja, dat zou kunnen.
We hebben het hier over afstanden waarbij zelfs de kromming van de aarde een rol gaat spelen, je kunt niet gewoon een rechte lineaal van 4,018 km op de aarbol leggen. Volgens google gaat dat niet goed en ben je zeker 63 uur onderweg om die 4,018 km te overbruggen, maar wij pakken gewoon het vliegtuig dat gedurende 4 of 5 uur alleen maar probeert niet naar beneden te storten. Bij de landing mag dat eindelijk. Hé hé, daar knapt een 737 van op,

En toch schept dit alles een band, een band op afstand, en niet zomaar een afstand, geen marathon van 42 km, nee, je hebt het over maar ruim 95 marathons! En dan praat je alleen nog maar over de heenweg!!! Óf over de terugweg, als het bezoek heel erg tegenvalt.
Maar het schept dus een band, een band op afstand, een langeafstandsband.

Nu is de auto nog steeds de favoriete manier om te bewegen, en een autoband gaat ongeveer 45,000 km mee voordat ie ‘pang‘ zegt. Dus als je heen en weer wilt forenzen tussen Makkinga en Arrecife kun je dan ongeveer vijf keer doen (maar wél inclusief een bezoekje aan de Keukenhof, de Euromast én de Martinitoren) dan rijst direct de vraag ‘is een autoband ook een langeafstandsband?‘ en op het moment dat we deze vraag stellen, weten we het antwoord al. Neen, een autoband is géén langeafstandsband.

Vroeger, vóór Twitter, Facebook, en Instagram, zelfs vóór internet had je iets
dat heette TV. Vóórdat er TV was had je iets dat radio werd genoemd.
En de radio  deed veel.: muziek, hoorspelen, nieuws, reportages en nog veel meer.
Met radio had je dan ook een band.
Maar de radio zát zelf ook op een band, de kortegolfband – voornamelijk gebruikt door zendamateurs en militairen – de middengolfband, in de auto de UKW, UHF, VHF of ultra-korte-golf band en natuurlijk had je ook de langegolfband speciaal voor lange afstanden.
Lange golven, lage frequenties, net als het infrageluid dat door olifanten en walvissen wordt gebruikt om op grote afstand met elkaar in contact te blijven.

Maar eigenlijk gaat het om dé band, de band tussen ons tweetjes. “The band“,  zeker bij de ouderen onder ons (zeg maar generatie ‘Bob Dylan‘) welbekend.
Het enige wat belangrijk is of de band luid genoeg voor ons tweetjes speelt zodat we er allebei – los dos–  nog lang plezier van kunnen hebben en dat we nog steeds op dezelfde golflengte zitten.


Ik stop ermee, ik had het nog over ceintuurbanden kunnen hebben, uitweiden over de fanfareband,  Doorgaan met geluidsbanden, ik had nog kunnen afdwalen naar boekbanden of spanbanden, maar ik ga naar bed, welterusten allemaal.

Met dank aan Leneke, Janka en Fred, en ik denk dat ‘Langeafstandsband ‘ hét woord van 2014 gaat worden.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het gaat niet om de woorden, maar om de accenten.

Vertaling:

“Bebés y mamás gratis” = Baby’s en moeders gratis
No es lo mismo que = is niet hetzelfde als
“Bebes y mamas gratis” = Gratis drankjes en borsten
¿Ven la importancia de las tildes? = Zien jullie het belang van de accenten?

Posted in Uncategorized | Tagged , | Leave a comment