Mopti revisited; een dubbele aflevering

Woensdag 5 oktober 1994

Het ontbijt in het hotel was in één woord: GRANDIOOS!!!
Stokbrood mét boter én met jam, wat wil een mens nog meer op de vroege ochtend?
Juist; FRUIT!!!
Ik heb me vanochtend onbeschoft goedgedaan aan verse watermeloen en net geplukte, van de boom in de achtertuin van het hotel, springlevende papaja met stokbrood. Wat is het leven toch mooi ‘s ochtends vroeg ongeveer 100 meter verwijderd van de Niger.

We zijn voor de tweede keer in Mopti, ik ken de stad nu een klein beetje.
Een provincieplaats met een haven en een moskee.
De ‘oude stad’ stinkt vandaag enorm want het (open) riool is verstopt, maar ventileert volop. En de gassen – lichter dan lucht – stijgen naar boven direct je neus in, het vrolijke reclamedeuntje ‘het aroma komt je tegemoet, ja dat is …‘ blijft in mijn hoofd ronddraaien en ik kom er maar niet vanaf, net als de stank zelf.
Ik begin nu pas te merken hoe ontzettend moe ik ben, ik probeer naar Nederland te bellen maar dat mislukt weer.
Na een tochtje door de stad en wat familie van Ali ontmoet te hebben zijn we om een uur of drie we weer terug in het hotel, eindelijk een moment om het dagboek bij te werken.

Om een uur of zeven hebben we met Ali in het restaurantje ‘Sigui‘ afgesproken. In het restaurant hebben ze ook telefoon en na een half uur krijg ik eindelijk – na zo’n dag of tien – Leneke aan de lijn.

Tijdens het eten horen we dat ‘onze‘ boot op de terugweg vanuit Gao is beschoten en dat er drie militairen gewond zijn geraakt.

Als dat verhaal inderdaad waar is hebben we ongelooflijk veel geluk gehad…


Donderdag 6 oktober 1994

Goed geslapen, om half zes gaat de wekker, we hebben om zeven uur met Ali afgesproken. Ontbijten, wachten. Ali komt om acht uur, hij heeft zich verslapen. Toen we een week of twee geleden aan dit avontuur begonnen hadden we met hem een ‘all-in‘ prijs – m.u.v. de drank – afgesproken. Bij het zien van de hotelrekening trekt hij bleek weg, we besluiten dat Paul en ik het totale bedrag van het hotel voor onze rekening zullen nemen.
Zijn bleke bekkie trekt een beetje bij en wordt gelukkig weer zwart.

Vandaag gaan we naar het stadje ‘Bankass‘.
Bankass‘ is de toegangspoort tot het ‘Dogon’ gebied. Veel Afrika-deskundigen noemen het ook wel het enige deel van Afrika wat nog echt oorspronkelijk Afrikaans is gebleven en nog niet is verwoest of verpest door de westerse beschaving, door de VOC-mentaliteit zeg maar.

Om tien uur vertrekken we in een overvolle taxi-brousse van Mopti naar Bankass. De afstand is maar 120 km, maar de weg gaat niet over asfalt…
De landweg is eigenlijk een slingerend pad van rode klei tussen bosjes en rotsblokken door. Ik heb het gevoel dat ik het wel eens op TV heb gezien, bij Eurosport in een uitzending over de Camel Trophy (of iets dergelijks). We zitten in het staartje van het regenseizoen; het heeft de afgelopen maand veel en extreem hard geregend. De kwaliteit van de zandweg of ‘dirt track‘ is dan ook ronduit slecht te noemen.

Bijzonder veel modder onderweg en dus veel uitstappen en veel lopen

Bijzonder veel modder onderweg en dus vaak uitstappen en veel lopen

Regelmatig zit de veel te zwaar beladen bush taxi vast in de natte klei. Alle passagiers ( 14 mannen en vrouwen) stappen  dan uit en duwen de auto weer vooruit. Soms moeten we een stuk lopen omdat de weg te steil naar beneden – of naar boven – loopt. Zo nu en dan liggen er te veel keien op het pad, ook dan stappen we uit omdat de bandjes het anders niet volhouden.
Op een gegeven moment geeft de motor het op, gooit de handdoek in de ring, het arme ding, maar binnen een kwartier is de boel weer gerepareerd.

En bij diepe waterpoelen ga je er gewoon omheen

en bij hele diepe waterpoelen ga je er gewoon omheen

Na nog een paar uur ploeteren door de natte rode klei komen we rond 16.00 uur aan in Bankass. Het lokale hotel/campement ‘Ben’s Bar‘ is een oase van rust.
We zitten in ‘the middle of nowhere‘, in het midden van het land en het is er bloedje heet, maar ‘Ben’s Bar’ is bijzonder gezellig ondanks dat wij de enige twee gasten zijn. Gewoon een beetje op het erf rondzwerven en zo nu en dan een auto met pech aanduwen.

Ben's bar in Bankass

Ben’s bar in Bankass

De kok vraagt of we vanavond kip willen, en zo ja, welke van de rondlopende, rondscharrelende kippen we dan willen nuttigen.
Dit in verband met de tijd die nodig is om van een levende kip op het erf tot een kippenpootje op het bord te komen, we kiezen meneer de Haan.
Iedereen komt langs om een praatje te maken als we op een bankje met een koud flesje bier bij de weg zitten. Een Malinese jongeman van een jaar of 25 loopt ons mompelend voorbij. Paul en ik komen oorspronkelijk uit Limburg, misschien kun je je onze verbaasde gezichten voorstellen dat we die jongen in onvervalst Limburgs horen mompelen ‘Tsjongu jongu jongu waat is ut vandaag toch ontieglijk wèrm zeg’ terwijl hij de zweetdruppels van zijn voorhoofd veegt. We maken een praatje met hem, hij blijkt aan de universiteit van Maastricht te werken – vandaar zijn vloeiend Limburgs – maar is even in ‘Bankass’ voor familiebezoek, een beetje bizar is het wel.

Een bijzonder relaxte sfeer heerst hier in Ben's Bar, erg prettig!

Een bijzonder relaxte sfeer heerst hier in Ben’s Bar, erg prettig!

‘s Avonds eten we de kip, meneer de Haan, de lekkerste kip die ik ooit heb gegeten. Nog een partijtje dammen met Ali en naar bed. Ik slaap onder een klamboe want het is hier Malaria gebied. Morgen gaan we op pad in de Dogon.

Zelfs de zonsondergangen zijn hier adembenemend!

Zelfs de avondluchten zijn hier adembenemend!

 wordt vervolgd…..
This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>