Gao – het Delfzijl van Mali

Dinsdag 4 oktober 1994

Om half zes in de ochtend (!) staat Ali voor de deur, we krijgen het druk vandaag. We beginnen bij zonsopkomst met een korte rondleiding van de hoogtepunten van de stad; de moskee, het kerkhof en tot slot het marktplein met bioscoop.

Het pathé theater van Gao, maar wel met geit!

Het openlucht Pathé theater van Gao, maar hier hebben ze tenminste een geit! onder het witte doek!

Na deze uitputtende wandeling gaan we ontbijten bij een tentje in het centrum. Het is letterlijk een tentje; een constructie van vier houten palen bij elkaar gehouden door een grote witte doek.

Ontbijt in Gao

Ontbijt in Gao

Het ontbijt bestaat uit een kopje thee (Lipton natuurlijk!) en een verse ‘baguette à la Gao’, heerlijk, dat is wat anders dan het eeuwige stukje stokbrood van gisteren dat we iedere dag op de boot kregen. Voor de culinair geïnteresseerden onder ons: ‘baguette à la Gao’ betekent gewoon ‘stokbroodje met woestijnzand’. Een beetje vreemd bij de eerste paar happen die je neemt, maar het went snel en er zijn een aantal grote voordelen: het zand schuurt je maag en de binnenwand van je darmen, eigenlijk doet het zand hetzelfde als een vezelrijk dieet waar de vezels de dode huidcellen opruimen die aan de binnenkant van je darmwand zitten. Een ander voordeel is dat je je tanden niet meer hoeft te poetsen want die worden tijdens het kauwen gepolijst door de ultrafijne korreltjes. Maar of het nu echt lekker is, dat weet ik niet. Ik ben niet lang genoeg in Gao gebleven om het woestijnzand een eerlijke kans te geven.

Na het ontbijt melden we ons – zoals gebruikelijk – op het politiebureau voor de broodnodige stempels, de man die moet stempelen is niet aanwezig, we laten onze paspoorten dus maar achter op het politiebureau en gaan op zoek naar de bus die ons uit Gao weer terug naar Mopti zal brengen. We moeten uiterlijk om acht uur onze bagage bij de bus hebben afgegeven want de bus vertrekt om negen uur. Terug naar het politiebureau, formulieren invullen, pasfoto inleveren, betalen en we krijgen het felbegeerde stempel.

We lopen nog even naar de haven en zwaaien naar ‘onze‘ boot. De haat-liefde verhouding die we de afgelopen week met deze drijvende bak roest hadden opgebouwd is ten einde; we zijn elkaar. De boot vertrekt vandaag via dezelfde route terug naar Bamako, wij gaan over de weg, met de bus, weer terug naar Mopti als tussenstop voor een verblijf in het Dogon gebied. Bij het postkantoor is een telefooncel waar we kunnen bellen – je hebt dan wel speciale telefoonkaarten nodig die we in het postkantoor moeten kopen, maar er is niemand aanwezig op het postkantoor, dus geen telefoonkaarten, niet naar huis bellen dus. De bus vertrekt over ongeveer 5 minuten, onze bagage ligt al in de bus, dus lopen we via de stad terug naar de bus.

Gao is een arme stad; vanwege de problemen in Algerije (met de GIA) komen hier geen toeristen meer uit het Noorden. Vanwege de problemen met de rebellerende Tuaregs, komen er ook geen toeristen uit het westen. Vanuit het oosten of het zuiden komt helemaal niemand naar Gao.
De mensen in Gao hebben honger.
Dit is anders de plaatsen als Mopti, Segou of Bamako die eigenlijk de ‘randstad’ van Mali  vormen. De enige economische activiteit in Gao is het verhandelen van de zoutplaten die door de Tuaregs in de Sahara worden gewonnen en per kameel naar de stad worden gebracht. Een zoutplaat is ongeveer 1 m² groot, 3 cm dik en weegt een paar kilogram.

Om tien uur zitten we in de bus die rond half elf zal vertrekken. Buiten de stad komen we via een veerpont aan de goede kant van de rivier, daar staat een aantal auto’s met militairen met machinegeweren en een soort Houwitzers op ons te wachten. Samen met een paar andere bussen vertrekken we in konvooi, het is nu 11h30. Hoe lang we over de reis zullen doen is niet helemaal duidelijk; het eerste antwoord dat we horen is 6 uur, maar het kan ook 12 of 16 uur zijn, ‘Insha’Allah‘  – God zal het zeggen, maar de  afstand is ieder geval wel duidelijk: 600 km over een ‘geasfalteerde‘ weg d.w.z. een weg met stukjes asfalt.

De bus is – naar Malinese begrippen – luxueus, redelijk vol (80 passagiers) maar je hebt in ieder geval niet het gevoel van sardientjes-in-blik en dat is heel erg prettig.

Een perfecte - en ook de enige - plek om te lunchen

Een perfecte – en ook de enige – plek om te lunchen

We tuffen rustig verder over het asfalt, iedereen is rustig en stil, de discomuziek uit Mali klinkt zachtjes uit de luidsprekers van de bus. Ongeveer twee keer per uur krijgt een van de militaire voertuigen pech; lekke band, kokende motor, geen benzine meer of ze moeten even overleggen. Toch wel handig, zo’n regelmatige plaspauze! Verder tuffen we rustig door, zo nu en dan stoppen we in een dorpje om proviand in te slaan – fruit, gekookte eieren die rauwe schilpadeieren blijken te zijn –   het jongetje dat achter mij zit probeert zich te bekwamen in het ambacht ‘zakkenrollen’ maar hij moet nog wel een paar jaartjes oefenen, best wel schattig eigenlijk.

 

‘s Avonds om half acht horen we een harde knal, we hebben een klapband. De bus stopt, iedereen stapt uit met dekentjes, drinken, kippen en andere belangrijke dingen en gaan in het donker in de berm zitten, als je naar boven kijkt zie je een sterrenhemel die zijn weerga niet kent, als ik naar de Melkweg kijk zie ik – en de rest van het gezelschap – een satelliet overkomen. Er bestaat nogal wat verwarring hierover, “het is een satelliet, een vliegtuig, een wonder, mijn overleden moeder”,  ik heb sterrenkunde gestudeerd en geef in heb donker met een zaklamp een halfuurtje les over de sterren, leuk,  en bijzonder goed voor mijn Frans!

Na een half uurtje is de klapband vervangen de tachtig mensen stappen met de kippen in en rijden we weer verder.

Je merkt wel dat de chauffeur moe wordt, hij reageert later als er een koe of een paard op de weg stilstaat, soms zwalkt de bus van links naar rechts over de onverlichte wegen, de bijrijder druppelt wat oogdruppels in de ogen van de chauffeur terwijl de bus met 80km per uur doorkabbelt, ik heb er eigenlijk wel genoeg van, ik word moe.
Om negen uur ‘s-avonds zijn we in het dorpje Severay, 13 km verwijderd van Mopti.  Hier stappen we uit en moeten we vervolgtransport zien te vinden. We vinden een minibusje die ons naar Mopti wil brengen, ik heb nog nooit zo’n stelletje zwakbegaafde randdebielen meegemaakt die het lef hebben om zich chauffeur en conducteur te noemen van een minibusje waar maximaal zes mensen inkunnen!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Instappen, uitstappen, instappen, weer uitstappen, instappen, en wat nu???? We staan op de parkeerplaats van het elektriciteitsbedrijf, daarom het is hier verlicht. De jongens tellen hun geld en de kas klopt niet!!! Weer geld tellen, eruit, erin, scheldpartijen, we rijden een paar honderd meter door naar een pleintje, daar stappen en over in een taxi, ik heb er nu echt de schurft in.

Maar we rijden weg, op naar Mopti, eindelijk. Ik verlang naar een bed want ik ben doodop, we slapen de komende nacht in het ‘campement’ van ‘Mopti’ waar we een week geleden een biertje hebben gedronken.
De taxichauffeur zegt dat overal in Mopti de stroom is uitgevallen. De airco in het campement waar we zouden slapen werkt nu dus niet, hier heb ik acht dagen naar uitgekeken! Ali stelt voor dat we vannacht op het dak van het huis van zijn moeder slapen, ik ontplof, ik wil dolgraag een keer op het dak van het ouderlijk huis van Ali slapen, MAAR NU EVEN NIET!!!

Ik weet dat er in Mopti een Sofitel hotel is, met een eigen agregaat, de airco zou daar dus moeten werken. Dus gaan we naar het Sofitel van Mopti. Inchecken in het hotel en we lopen naar onze kamer.

De sleutel past niet!!!!!!!!

Om tien uur hebben we een andere kamer waar de sleutel wél van past.

Slapen

 wordt vervolgd…..
This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>