De bedreigende reiger

Maandag 3 oktober 1994

De onderhoudsmonteur heeft het grootste deel van de nacht doorgewerkt. Om vijf uur ´s-ochtends varen we weer, we hebben de hele nacht op het dek doorgebracht, soms slapend, soms worden we wakker als een van de soldaten zijn geweer in de aanslag brengt. Dat gebeurt regelmatig als we langs een van de vele kleine dorpjes – ongeveer tien huizen groot – varen.

Ali  – de ober – is in een gulle bui vandaag, hij laat de pot met heet water op tafel staan zodat we zomaar een tweede kop thee kunnen nemen, een unicum deze reis. De twee meter lange Ali heeft een bijzondere manier van ‘oberen'; alle passagiers van de eerste klasse zijn verplicht om tegelijkertijd ‘acte de présence’ in het restaurant te geven tijdens een van de drie dagelijkse maaltijden. Als een van ons de euvele moed heeft om te laat te komen, wordt hij (of zij) lang en zwijgend aangekeken, je voelt je weer als een kind van vijf die op heterdaad betrapt is bij het uithalen van wat kattenkwaad, knap dat iemand die zwijgend op een bepaalde manier naar je kijkt dat met je kan doen.
Tijdens het serveren (nou ja, hij legt een stukje stokbrood en een theelepel jam op je bord) zegt Ali niets, geen glimlach komt over zijn gezicht, geen greintje emotie kun je bij hem zien of voelen, de nietszeggende blik in zijn ogen verbergt alles wat zich in zijn hoofd zou kunnen afspelen.
Zodra het toetje is verorberd,wordt de tafel zwijgend door hem opgeruimd; de borden en het bestek worden weggehaald vervolgens het tafelkleed en tot slot wordt de tafel zelf verwijderd. Het maakt absoluut niet uit of de gasten er nog zitten of niet (want dát is toch de keuze van de gasten en niet van Ali). Het zorgt er in ieder geval voor dat de illusie van het begrip eerste in de eerste klas grondig wordt gerelativeerd.

Om 10 uur ‘s-ochtends varen we door het gebied waar de Tuaregs ruim een maand geleden een boot hebben aangevallen. Je voelt dat de spanning bij de militairen aan boord toeneemt.
Terwijl we in onze stoel op het dek zitten om van het bijzondere uitzicht -van het varen door de Sahara – te genieten komt ‘Ismael’ de barman naar ons toe en fluistert dat we nergens bang voor hoeven te zijn, maar dat we even geduld moeten hebben…
Een kwartiertje later begint de pret. Alle soldaten schieten hun geweren leeg op de nederzettingen (dorpjes van 10 tot 20 huizen) langs de rivier. Ismael leidt ons rond over het dek, van de ene kant naar de andere kant en weer terug al naar gelang waar de meeste actie is. De kinderen aan boord beginnen te huilen.
Alle dorpjes waar we langsvaren zijn uitgestorven, er is geen teken van leven te zien. Overal is het letterlijk doodstil als de automatische geweren even zwijgen.
De soldaten hebben er plezier in, een van hen schiet zijn AK-47 leeg op een reiger die langsvliegt en blijkbaar een grote bedreiging voor de staatsveiligheid is, de soldaat blijkt een belabberde schutter te zijn en de vogel vliegt in een elegante beweging rustig door terwijl de kogels zijn kant op komen. De Fransman Jean uit Tombouctou had gelijk toen hij zei “Afrikaanse volwassenen zijn net kleine kinderen” maar in dit geval lopen deze kinderen wel met automatische geweren en granaatwerpers rond. We varen langs het dorp waar een maand geleden de aanval op de boot plaatsvond, het dorp is volledig aan flarden geschoten.

Het nutteloze schieten duurt ongeveer een half uur, dan vaart de boot verder alsof er niets gebeurd is.
Twee uur later komen we bij het stadje ‘Bourem‘ de laatste stop vóór we in Gao – het eindpunt – aankomen. Net zoals bij de voorgaande stops in een haven stond er een grote groep mensen op de kade naar de boot te kijken, hier is de sfeer echter grimmig en dreigend. De mensen staan niet enthousiast en opgewonden naar de boot te kijken, hier staan ze af te wachten, ze staan in kleine groepjes verspreid over de kade. Je hebt het gevoel dat deze plaats een groot kruitvat is; één kleine vonk en de zaak ontploft met een hele grote knal. Ik zal opgelucht zijn als we hier weg zijn.
Als de kapitein het signaal geeft dat we vertrekken rennen een aantal handelaren de boot op, maar de boot vertrekt toch, de loopplank wordt opgehaald. De handelaren rennen weer terug, een aantal mensen valt in het water van de rivier de Niger, kortom chaos. De boot vaart gewoon door.

n6 - Copy

Het wordt snel donker als we in Gao aankomen

Om acht uur ‘s-avonds – het is inmiddels hartstikke donker – komen we aan in Gaoonze eindbestemming, we hebben er 1,308 km opzitten en een week op deze boot gezeten. Gao heeft een spilfunctie in oost-Mali, alle mensen die uit het noorden(Algerije, Libië, …)  komen en alle mensen die over de Niger reizen stoppen hier in Gao. Wij overnachten in het enige hotel dat Gao rijk is, het l‘Atlantide,  ‘een grappige naam voor een hotel dat midden in de Sahara ligt’ denk ik nog, net zoiets als het toenmalige café ‘Zeezicht‘ in de Utrechtse Nobelstraat waar ik vroeger wel vaker kwam.
Ik verlang naar een normale douche, een biertje aan de bar en een kamer die niet is bekleed met ijzeren platen. We turen vanaf de bovendek over de donkere kade in de haven van Gao en even later zien we Ali – onze gids – beneden in de regen staan.

Hij staat beneden op ons te wachten, hij heeft dezelfde weg als wij – maar dan met de bus – afgelegd.
Onvoorstelbaar niet? Je spreekt in de hoofdstad met een vreemde af om elkaar een week later aan de andere kant van het land te ontmoeten.
Laat ik de rollen (Mali en Nederland) eens omdraaien:

Twee mannen uit Mali reizen naar Amsterdam voor een vakantie, zij ontmoeten een wildvreemde Nederlander op een terrasje op het Leidseplein en spreken met hem af dat men elkaar over een week ontmoet in Barcelona, ruim 1,300 km verderop. De Nederlander reist op eigen gelegenheid van Amsterdam naar Barcelona en over een week staat hij op het afgesproken tijdstip in Barcelona te wachten op de twee mannen uit Mali.” Onvoorstelbaar? Zéér onwaarschijnlijk of onmogelijk kun je wel zeggen!

Ali heeft goed nieuws en hij heeft slecht nieuws, het goede nieuws: de bus voor de terugrit is gereserveerd. We kunnen weer terug naar Bamako!
Het slechte nieuws: het hotel l‘Atlantide – waar we zouden overnachten – is al drie jaar gesloten, er is hier geen hotel meer! Maar via via heeft hij een kennis gevonden waar we toch de nacht kunnen doorbrengen.
In het pikkedonker lopen we in de regen door een wirwar van onverlichte straatjes naar het huis. De ‘patron‘ is een welgestelde muselman van ongeveer 35 jaar oud.
Samen met een vriend kijken ze naar een voetbalwedstrijd op een joekel van een kleuren TV. Het is een zwijgzaam stel; een ‘Bonjour ça va?‘ kan er nog net vanaf. We krijgen wel een Fanta (geen alcohol) en we kijken nog even naar de voetbalwedstrijd op TV.
Om negen uur gaan we naar bed, de slaapkamer heeft airco en veel open ramen, heerlijk. Luxe in Gao. We slapen als een blok.
De ‘patron‘ blijkt een van de rijkste mannen van Gao – ongeveer 100,000 inwoners – te zijn, hij bezit ongeveer 500 huizen in de stad en doet in inkoop en verkoop van auto’s aan buitenlanders, een ietwat ondeugende handel zeg maar.
Ali slaapt bij een vriend in de stad.

 wordt vervolgd…..
This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>