De drie J’s, het begin van de dag

Español English

Julia doet langzaam haar ogen open,”estupendo, fantastisch al die prachtige pastel kleuren“, denkt ze terwijl ze naar de schemerende hemel met de opkomende oranje zon kijkt. Dit is haar favoriete deel van de dag, het frisse aroma van de ochtend, de tinten van een vers begin, nieuwe kansen.

Jesús schrikt om 6 uur wakker, “Ohh, mierda, shit, ik ben veel te laat!” brult hij en springt met zijn blote voeten op de harde tegels. Hij moet opschieten, Jesús schiet altijd op, er is nog zovéél te doen en er nog maar weinig tijd, iedere dag steeds minder.
Snel trekt hij zijn trui aan en hij staat op de straat, het is nog donker, heel even denkt hij “wat nu?” en zonder op of om te kijken gaat Jesús vastberaden op pad.

Jorge voelt een natte lik over zijn wang, Bianca staat hoopvol kwispelend naast hem. Altijd weer blij om haar baasje te zien. Hij is nog steeds doodop van gisteren en sleurt zich overeind, hij opent het laatste blikje hondenvoer en geeft de helft aan Bianca die er op aanvalt alsof ze gisteren geen eten heeft gehad.
Na een halfuurtje kijkt Jorge buiten naar de blauwe hemel, “het wordt een hele warme dag vandaag” denkt hij.

Jesús is inmiddels op de boulevard aangekomen voor zijn dagelijkse inspectie. Tot zijn grote verbazing ziet hij dat eerste terrassen nog gesloten zijn. “Je zou toch denken dat ze langzamerhand wel moeten weten dat dit de grootste bron van inkomsten is?” denkt hij een beetje kribbig en versnelt zijn pas. Hij weet dat hij zo’n vijtien terrasjes per uur kan doen en hij moet vandaag minstens dertig stuks doen, een inspectierondje kost hem wel zeker twee uur.

Julia loopt dansend over de drukke kruising van de ‘calle la Inés’ en de ‘calle Fajardo‘, alle auto’s die zich door de drukke ochtendspits wurmen toeteren veel en hard terwijl ze over de kruising huppelt.
Dan loopt ze naar de brug en kijkt, met een glimlach op haar gezicht, naar boven, naar de strakblauwe hemel.
Eén auto die voor het verkeerslicht staat te wachten claxoneert heel kort, heel bescheiden en zacht, de bestuurder laat zijn arm uit het raampje hangen, hij heeft een wit, dun plastic bekertje uit de koffieautomaat vast en geeft het aan Julia.
Zonder na te denken pakt ze het lege bekertje aan en kijkt weer naar boven naar die prachtige blauwe hemel en ze moet aan haar droom denken, die mooie droom.

Jorge zal vandaag op de “calle Louis Morote” werken. Hij is laat vandaag, hij heeft er meer dan twee uur over gedaan om er te komen. “Beter laat dan nooit” denkt hij als hij zich moeizaam links van de trap, die naar de hoofdingang leidt, installeert. Voorzichtig pakt hij zijn spullen uit de tas en legt ze naast hem neer.
Het halfvolle blikje staat rechts van hem, binnen handbereik.

Haar droom komt weer terug in haar herinnering, gek eigenlijk, deze droom speelt zich altijd af op deze plek, op de brug waar ze nu staat. “Wat toevallig eigenlijk” en nu ze er verder over nadenkt, zó leuk is die droom in feite niet.
Het is heel stil, langzaam bijna onmerkbaar traag schuiven alle gebouwen haar kant op. De ruimte om haar heen wordt geleidelijk kleiner en kleiner en het gekke is dat je er helemaal niets van hoort“. Julia hoort de auto’s op de drukke weg niet meer en als in trance staart ze, zich niet bewust van het drukke verkeer, voor zich uit.
Bij sommige auto’s die voor het verkeerslicht stoppen gaat het raampje aan de bestuurderskant omlaag en als vanzelf gaat haar linkerhand dan richting auto terwijl de automobilist een muntje van twintig cent in het plastic bekertje gooit.
Het verkeerslicht springt op groen en de auto rijdt door.
Julia voelt nu dat ze honger heeft.

Pas als hij halverwege zijn tweede inspectieronde is ziet Jesús de eerste bar/cafetaria openen, recht tegenover het Gran Hotel. Een groepje toeristen wil naar binnen voor een heus authentiek Engels ontbijt met worstjes, spek en bonen.
Jesús besluit een minuut of vijf te wachten en loopt langs de tafel waar de zes buitenlanders zitten te eten, in zijn beste Spaans/Engels/Duits en Russisch vraagt hij om een euro voor de bus maar de mensen kijken dwars door hem heen alsof hij er helemaal niet staat.
Jammer, misschien de volgende keer als ik over twee uur weer langskom” en gaat weer verder.
Hij moet doorlopen als hij het volgende terras op tijd wil halen.

Alle mensen die de trap van de Spar supermarkt aflopen slaan direct rechtsaf maar Jorge is te stijf en te verkrampt om naar de andere kant te verhuizen, door dat auto-ongeluk zijn een paar van zijn wervels beschadigd waardoor hij zijn benen niet meer kan gebruiken en van een hele dag op de grond stilzitten wordt je ook niet bepaald lenig, toch weet hij dat dit een goede plek is, er zijn dagen wanneer hij hier wel vier of vijf euro ophaalt.
Een Spar klant die hier wel vaker komt legt een vijftig cent muntje in het lege blikje rechts van hem.
In ieder geval heeft Bianca vanavond te eten” denkt Jorge terwijl hij de klant bedankt.

– O – O – O – O – O – 

Opmerking:

De drie J’s zijn echte mensen;

  1. Jorge zit iedere dag voor de Spar bij mij in de buurt, de enige steun die hij heeft is een stuk karton waarop een verklaring van de gemeente is geplakt en daarop staat dat hij officieel gehandicapt is.
  2. Ik zie Jesús soms wat chaotisch rondlopen, dat kan twee keer per week of één keer per maand zijn.
  3. Julia zie ik drie of vier keer per week in de ochtendspits op de brug staan.

Jesús en Julia hebben géén verklaring van de gemeente.

This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.